Een traplift of toch maar verkassen?

Woningmarkt De meeste ouderen willen blijven waar ze zitten. Wat als ze toch ‘iets’ met hun woning moeten, een traplift installeren of, ingrijpender, verkopen? De hobbels en mogelijkheden op een rij.

Geen bevolkingsgroep die zo immobiel is als ouderen. Op de woningmarkt wel te verstaan. Ze stellen verhuizen uit, ook als hun huis te bewerkelijk of te groot wordt. „Ouderen zijn ongelooflijk honkvast. Ze denken het liefst niet na over verhuizen”, zegt Dorien Manting. Zij is sectorhoofd verstedelijking en mobiliteit van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en aan de UvA hoogleraar bevolkingsdynamiek. De reden: ze wonen al veertig jaar in dat huis, ze kennen de wijk en de voorzieningen op hun duimpje. Ouderen met een koophuis schrikken bovendien terug voor het idee om te gaan huren, want ze hebben hun hypotheek soms al jaren geleden afgelost. Dan voelt huren heel duur.

Toch komt voor een aantal ouderen het moment dat het echt niet meer gaat in het oude huis en moeten ze beslissen: huren of kopen?

Wat het beste is hangt van veel factoren af, volgens directeur-bestuurder Liane den Haan van seniorenorganisatie ANBO. Hoe hoog is je inkomen, hoe hoog is de hypotheek, heb je nu een koophuis? „Hoe hoger je inkomen, hoe meer keuze.”

Maar er zijn beperkingen. Den Haan: „Koop je een huis waarin je veel moet aanpassen, dan heb je een hogere hypotheek nodig. Daar zitten banken niet op te wachten. Dan kun je beter huren. Heb je een koophuis met een lage of geen hypotheek, dan kun je proberen een deel van de overwaarde te verzilveren en je huis aan te passen.” Volgens het PBL ging tussen 2009-2012 iets meer dan een kwart van de verhuizende 75-plussers naar een koopwoning.

De meeste senioren willen aanpassing van de woning, zeggen deskundigen. Maar hoe financier je dat als je zelf geen geld hebt voor een traplift of een aangepast toilet? „Waar veel mensen tegenaan lopen, is dat banken niet scheutig zijn met financiering van aanpassingen”, zegt Den Haan. „Heeft een huis veel overwaarde, dan is een lening eenvoudiger te krijgen dan wanneer er nog een hypotheek op rust.” Een lening krijgen kan ook moeilijk zijn door de de inkomenstoets, die bepaalt of een inkomen de bij een hypotheek behorende maandlasten kan dragen. Gemeenten staan evenmin te trappelen om aanpassingen te financieren uit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Den Haan: „Die zeggen al snel ‘Hier is de regeling niet op van toepassing. U hebt vermogen, dus betaal de aanpassing zelf maar.’ Voor sommige ouderen rest dan alleen het verpleeghuis, maar daar blijk je dan nog te goed voor te zijn of er is geen plek.”

Een rare situatie, vindt Den Haan: een traplift kost de gemeente 10.000 euro, een plek in een verpleeghuis 80.000 euro per jaar. De ANBO-directeur komt vreemde verhalen tegen. Zoals van een mevrouw van 93 jaar die op een vooroorlogse bovenwoning woont en een traplift nodig had. Ze krijgt een bijdrage via de Wmo, maar slechts voor één trap. Dan staat ze dus op de tussenetage. De tweede traplift is uiteindelijk vergoed uit een hulpfonds van de ANBO voor ouderen die aanpassingen niet zelf kunnen betalen.

Mondjesmaat komen er regelingen die het voor ouderen makkelijker moeten maken om in hun eigen huis te blijven. Zo is er sinds kort de Blijverslening van het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn): een goedkope lening van gemeenten voor aanpassingen in huis. De Blijverslening is echter door nog maar enkele gemeenten ingevoerd.

Bron: NRC

Partners